Cuba 1

We vertrekken om 11.00 uur en komen de volgende dag na een toch nog  mooie zeil tocht met wel af en toe een flinke bui.
In de morgen verkennen we de kust van Cuba die nog in nevelen gehuld is.

Cienfuegos genoemd naar de gelijknamige provincie ligt in een baai van Jagua.

Via merktekens op de kant en boeien in het water vinden we onze weg.

Altijd weer een beetje vermoeid maar toch blij dat we er bijna zijn bereiden we ons geestelijk voor op de aankomst in toch wel een bijzonder land.

Bienvenidos Cuba Socialista. Worden we welkom geheten vanaf de wallenkant.

Aan de andere oever kant worden we geconfronteerd met de voorgeschiedenis van Cuba namelijk de bezetting door de Spaanse overheersers.
Toen Columbus de baai in 1494  ontdekte woonde er Jagua indianen. In 1745 bouwde ze er een fort om de baai te beschermen tegen piraten.

En dan komen we uit in de grote baai die een van de mooiste moet zijn van het Caribisch gebied.

De jachthaven ziet er heel mooi en geheel niet vervallen uit,  met indruk wekkende gebouwen en heel veel zeiljachten. Later zal blijken dat de meeste charterschepen zijn van een Duits bedrijf.

Rechts op de foto is de vrije aanleg steiger, er staan al drie mannen klaar om ons op te vangen en ze helpen met het aanleggen. De dockmaster neemt onze paspoorten mee en vraagt ons rustig te wachten. Op een gegeven moment komt de douane en Immigratie aan boord met heel veel papieren die allemaal door hen ingevuld gaan worden. Daarna volgt de inspectie van de boor, kasten en luiken moeten open, maar waar ze nou naar kijken, ik weet het niet. Als laatste komt er een hond aan boord die ook nog eens overal langs springt. En dat alles in gebrekkig Engels maar we komen eruit. We blijven die nacht aan de stijger liggen want mogelijk kan de dokter nog langs komen om te zien of we wel gezond zijn, deze komt niet.

Op het haven terrein is niet alleen een permanente haven autoriteit van douane en immigratie die over de gehele haven gaan  maar ook een kantoor voor ligplaatsen, een bar voor een hapje en een drankje en ook nog een winkel en 24 uur bewaking die een centje bij verdienen met van alles te verkopen.
Martin legt het probleem van de lekke diesel tank uit aan een van de vele dock masters en deze verteld hem dat het geen probleem is om de tank hier te lassen.
De volgende dag gaan we voor anker, na een nacht met veel wind waarbij de pas nieuw gemaakte fenderhoezen geheel vernield zijn door de ruwe kade muur.
Martin begint gelijk met het slopen van de houten plaat die op de tank ligt en geheel in gelamineerd is. Weer komt Charles zijn bibber machientje prima van pas. Als de plaat eraf is kunnen we beginnen met de schuim weg te halen die tussen de tank en de romp is gespoten.
Een vreselijk moeilijk en tijdrovend werkje en ook nog in een kleine ruimte waar je je niet bewegen kan.

Maar we zijn niet naar Cuba gekomen om alleen met de boot bezig te zijn.
Het is zaterdag en we gaan samen met Marianne en Ad van de Betty Boop de stad verkennen. Zij zijn een aantal dagen geleden hier aangekomen en kennen de omgeving al.
Van de haven loopt er een mooie boulevard naar de stad. Dit is de wijk Punta Gorda, een aristocratische wijk die aan het begin van de 20ste eeuw is aangelegd, vandaar al die mooie villa’s. Een daarvan is het Hotel Azul.

Ga door naar de volgende pagina,
of ga terug naar de
vorige.