Ru´ne Lepra dorp

Terwijl wij in het heerlijke warme Suriname zitten realiseren we ons niet altijd wat het weer in Nederland is. Maar we werden op de hoogte gesteld door onze buren Fester en Sonja met deze prachtige foto uit Den Helder. Luitjes tot ziens in de zomer, maar zonder sneeuw.

Wilma en Bram van de Summertime hebben ons uitgenodigd om met hen in een Korjaal mee te gaan naar de ruines van een Leprakolonie die hoger op de rivier liggen.

We zien niet veel mensen langs de rivier kijken naar onze korjaal, maar wel zien wij een nog grotere liggen. Voor ons zessen veel te groot.

We komen langs White Beach. Een aangelegd strand omgeven door hekken zodat de piranha’s niet bij de zwemmers kunnen komen. Is het hek kapot dan bouw je even verder een nieuw strand. Als de zon niet schijnt ziet het er triest en troosteloos uit. Wij waren hier al eerder met de auto om te zien waar “Rita” uit Domburg was neergestreken nadat ze haar zeer populaire restaurantje in Domburg had moeten sluiten. Het was zondag en er waren mensen in het afgezette water, maar er was ook zeer harde muziek waar je niet lekker bij eet. Later hebben we er wel een keer gegeten, aan de keuken tafel.

Er zijn verschillende ressorts langs de rivier, vaak verscholen achter de bomen maar met een prieel in het water en een zand strandje.

We naderen de Bauxiet overslag. Dit is ook de plek waar grote zeeschepen naartoe gaan als ze bij ons in Waterland voorbij varen.

De bauxiet in 1915 ontdekt, is een belangrijke inkomsten bron in Suriname. Wat hier gewonnen wordt is maar een klein gedeelte van wat later het aluminium moet worden. Er blijft veel zand bij over en dit vind je in heel Suriname terug. De mooiste wegen zijn rond de bauxiet winningen aangelegd, door Suralco.

We varen verder de rivier op. Hier geen industrie meer en hooguit enkele nederzettingen aan een zandpad. De natuur omsluit je hier.

Ondoordringbaar regenwoud is hier en de bewoonde wereld ver weg. In het zand aan de waterkant zag ik een Leguaan van zeker een halve meter groot, of was het een piranha. Ik weet het niet, de boot vaart toch nog redelijk snel.

En dan zijn we er. Gelukkig weet Wilma de weg want de bootsman van de korjaal was hier nog niet eerder geweest. De aanloop stijger is ook helemaal vervallen dus we klimmen en klauteren de kant op langs brokstukken.
Het eerste wat we zien is de oude watertoren. Zo sterk en robuust dat de bomen er omheen moeten en de toren zelf nog intact is.

Een doorkijkje onder de watertoren door. Ik kijk toe hoe de anderen op zoek zijn naar een goede doorgang. Want paden zijn hier niet.

Ga door naar de volgende pagina,
of ga terug naar de
vorige.