Het laatste gedeelte van Frankrijk, tot La Rochelle.                                                       Het eerste eiland Belle Îlle. 

We varen met een heerlijk windje in 4.5 uur naar Le Palais op Belle Îlle, de belangrijkste haven van het eiland. We komen precies op de tijd dat de sluis opengaat en kunnen naar binnen, aan een lang steiger met 4 boten naast elkaar.

We varen met een heerlijk windje in 4.5 uur naar Le Palais op Belle Îlle, de belangrijkste haven van het eiland. We komen precies op de tijd dat de sluis opengaat en kunnen naar binnen, aan een lang steiger met 4 boten naast elkaar.

’s Avonds nemen we een drankje en wat te eten op het terras aan de haven. De sluis is gesloten dus aankomende schepen moeten voor anker of een plekje aan de kade.

We maken een rondrit over het eiland met een bus vol met fransen en een chauffeur die een uur in 5 minuten kletst en wij verstaan er niets van. Wij hebben maar naar buiten gekeken naar de mooie uitzichten. Het eiland heeft een ruwe kustlijn, met vooral aan de oceaanzijde hoge rotsen, afgewisseld met kleine stranden in de inhammen. In het binnenland is het landschap vlak en glooiend.

Op een gegeven moment laat de chauffeur een jampotje rondgaan met iets daarin dat ik nog nooit eerder gezien heb, maar wat dat nu was daar kom ik pas in Spanje achter.

We rijden verder en mogen ook even de benen strekken. Tussen de rotsen groeien allerhande bloemen. Heerlijk die kleurtjes bij dat grijs. Je kunt hier ook prima ankeren. Rond het eiland is er altijd een plek uit de wind waar je rustig kan liggen. Maar een havenplek is lekker als je ergens voor de eerste keer komt en wat van de omgeving wil zien.

 

 

Kenmerkend voor Le Palais is een imposante citadel die teruggaat tot de elfde Eeuw. Onder Napoleon werd de Citadel Île Joséphine genoemd.                    In 1685 werd de Citadel aangepast aan de toenmalige, moderne oorlogs voering door Vauban en sindsdien heet de Citadel Vauban.

Ik maak een uitgebreide tocht over en door de Citadel die zeer de moeite waard was. De Citadel Vauban diende ook lange tijd als gevangenis en is nu een museumhotel in gevestigd en tegelijk kan je er een museum bewonderen waar modellen van zeilschepen worden getoond. Je kunt er ook terecht voor informatie over de geschiedenis van het eiland en je kan er een kruitmagazijn, de keukens, kazemat en de voormalige gevangenis bezichtigen.

Belle Île en Mer, “Mooi eiland in de zee”, is met een oppervlakte van 83,76 km²

het grootste Bretonse eiland in de Atlantische Oceaan. Het bevindt zich ten zuiden van het schiereiland van Quiberon. De Bretonse naam is Enez ar Gerveur, “Citadeleiland”.

In het dorp doen we weer wat boodschappen en pakken we gezellig een terrasje. Na de wandeling was de sl uis weer open en konden we naar buiten aan een boei zodat we de volgende dag kunnen vertrekken wanneer wij dat willen. Het is toch weer even wennen aan zo’n boei we doen het zo weinig maar ooit als er niets anders is gaat het wel wennen en willen  altijd aan een boei. Om 10 uur de volgende morgen gaan we los van de boei. Lekker zonnetje maar geen wind.

Er staat geen wind dus tuffen we zachtjes op de motor en gooien we de vislijnen uit, zowel de Noorse lijn op een rol en de nieuw gekochte Franse lijn en weer wint de Franse lijn. De Franse lijn moet je met de hand binnen halen en zit niet op zo’n mooie rol. We moeten ook opletten op de stroom want we willen tussen de eilandjes door.

Al snel hebben we 4 makrelen, genoeg voor vanavond. We nemen nog genoegen met deze vis maar later op de oceaan willen we wel wat anders vangen. Bij het schoonmaken komt de dek was pomp goed van pas, deze hebben we voor de reis aangelegd.                                          Ze smaken s’ avonds heerlijk, licht gerookt op de cobb BBQ.

Voor we de Golf du Morbihan invaren komen alle boeken en kaarten te voorschijn en ze zeggen allemaal wat anders. Zoek het maar uit!    

Mor bihan is Bretons voor “kleine zee”.        Het is moeilijk te zeggen of hier de oceaan het land is binnengedrongen is of andersom.   Omdat het oppervlak van de Golf du Morbihan zo groot is wordt al dat zeewater in de smalle invaart met veel kracht naar binnen en naar buiten geperst. De stroom kan tot 9 knopen oplopen!              Dat is echt heel veel. Dan moet je daar niet zijn. Maar het is nu rond doodtij, dat scheelt al aanzienlijk. We timen het zo dat we iets na kentering van het tij, met de eerste ingaande stroom mee varen. 

Wat een prachtig vaarwater is dit!  Zeker als je hier bekent bent met alle rotsen kun je je hier uitleven.                                  Wij moeten goed uitkijken waar we varen, het water is vaak wel blauw maar niet helder ook ligt er geen zand op de bodem, maar we kunnen ons aardig redden met de diepte meter en de kaart. Als we op de plek komen waar we willen ankeren stroomt het daar heel erg. We zoeken een andere plek en we vinden een Moring en pikken die anker ton op. De eigenaar komt niet. Het is hier mooi wonen en veel huizen zijn voor de Vakantie in iedergeval nu niet bewoond.

Het is echt een prachtig gebied waar je mooie wandelingen kan maken en ook langs het strand kan rommelen. Wij genieten vooral van het mooie weer met af en toe een wolkje aan de lucht

Na twee dagen gaan we weer verder. We hebben de stroom mee naar buiten en dat gaat heel snel met heel veel stroom rafelingen. Als je wilt vissen zet je de motor bij tegen de stroom en je blijft op dezelfde plek liggen.

Op weg naar Pornichet komen we weer in een zeil wedstrijd terecht van allemaal dezelfde schepen we geven ze de ruimte. Het is schijnbaar een belangrijke wedstrijd want er is een helikopter bij en drie grote rondvaart boten vol geladen met kijkers. Wat is Frankrijk toch een zeilers land. 

Onderweg naar Pornichet verandert de kust, de baaitjes en rotskusten maken eerst plaats voor bomen en landhuizen en daarna volgen de flatgebouwen. Het ene flatgebouw na het andere ineens is het of je in België bent aangekomen maar daar zijn de stranden breed en niet zo vol. Veel flats en veel motor boten, zowel op het water als in de haven. 

Er is een haven aan het strand voor kleine boten en daarbuiten is een haven waar de boten aan een stijger liggen. Op 3 juli om 9.00 uur vertrekken we voor een motor tochtje van 2 uur zeilen naar Île d’Yeu het tweede eiland dat we bezoeken.

Île d’Yeu              Het is een drukte van belang.         De ferryboten varen af en aan met steeds weer nieuwe toeristen zonder auto die de fiets bij zich hebben of er een gaan huren.       Het lijkt Terschelling wel.

We verkennen het dorp en we ontdekken een wasserette, we doen wat boodschappen en gaan op de boot het vuile goed ophalen vanavond heerlijk schone lakens. Na het wegbrengen en ophalen van de was gaan we de fietsen tevoorschijn halen uit het “schuurtje” de ruimte achter de wc. en onder de bakskist. Hebben we die toch niet voor niets meegenomen.

De volgende morgen gaan we op pad, eens kijken hoe hier de fietspaden zijn. We gaan eerst naar het noorden en rijden tegen de klok in het eiland rond. Als we er genoeg van hebben kunnen we dwars het eiland oversteken terug naar de haven.

Vieux-Château de l’Île d’Yeu is één van de belangrijkste bezienswaardigheden op Het kasteel ligt aan de Côte Sauvage, de west kant van het eiland, en is gelegen op een grote granieten rots de uitsteekt in zee. Het kasteel werd gebouwd om het eiland te beschermen tegen vijanden. Sinds 1900 is het kasteel een beschermd monument en kun je bij een bezoek genieten van de rijke geschiedenis en het prachtige uitzicht over zee.

Nu ik steeds weer steen stapeltjes tegen kom wordt ik toch nieuwsgierig en zoek ik het op. In het Engels wordt het Cairn genoemd of steengraf, een prehistorische graf vorm. Veel later noemde ze het “steenmannetjes” een stapel stenen als markering van reizigers in onherbergzame gebieden. Maar nu geven ze geen routes meer aan maar is het om gewoon een voetprint achter te laten. Onder invloed van sociale media en toenemende toerisme worden er op sommige plaatsen massaal steenmannetjes gebouwd. Natuurverenigingen en managers van nationale parken roepen op om te stoppen met het bouwen van steenmannetjes.

We zijn een groot deel van het eiland rond gefietst en vinden dit eiland afwisselender dan Bell Îlle het is gevarieerder en heeft meer plaatsjes. Het is een aanrader. We sluiten de dag af op een terrasje voor een drankje en een lekker visje en morgen gaan we weer door.

Naar Les Sables d’Olonne.

Als eerste komen we weer de gebouwde stenen vuurtoren tegen en daarna de zuid ton ten teken dat we er bijna zijn.

Zo zien we de pieren bij aankomst.                                                                                Maar zo kan het er ook uitzien.

Het is een lange invaart naar de jachthaven. Maar het is de moeite waard om deze te varen langs mooi gebouwen zoals dit Maritieme museum en het centrum van de stad met gezellige terrasjes. Er loopt een heel lang voetpad los van de weg helemaal tot aan de monding bij de zee.

Ik wilde heel graag deze plaats bezoeken en nu ik er ben kan ik me nog beter de beelden voor de geest halen die ik had bij het lezen van de boeken over de Vendée Globe en vooral de boeken van Ellen MacArthur. Hoe hier bij de start en de finish bijna 1,5 miljoen bezoekers langs de kant stonden. De unieke zeilrace rond de wereld begint en eindigt elke vier jaar in Les Sables-d’Olonne. De deelnemers moeten de tocht in hun eentje volbrengen, zonder enige hulp en zonder ergens aan te meren.                                                                                                                    Op het moment van het grote vertrek van de tocht en bij aankomst van de zeilers hangt er een feestelijke sfeer in de badplaats Les Sables-d’Olonne. Zeilliefhebbers en andere nieuwsgierigen uit alle windstreken komen samen bij de haven. Ze willen allemaal zo dicht mogelijk bij de dappere zeilers en hun indrukwekkende boten komen! De eerste vrouwen die aan de mythische wedstrijd deelnamen, zijn Isabelle Autissier en Catherine Chabaud. Dat was in 1996/1997. Ellen MacArthur behaalde de beste plaats in 2001/2002.    Twintig jaar lang was het record  van de vrouw die het snelste rond de wereld heeft gezeild in handen van Ellen MacArthur, maar onlangs in die scherpste tijd gebroken door Clarisse Cremer.

Het was mooi weer in Les Sables d’ Olonne. Ik bezocht de oude stad aan de overkant van het kanaal en ik waande me in zuid Frankrijk. Wat een verschil  met Noordwijk op een warme dag midden in de zomer dan is het daar afgeladen. Hier is ruimte genoeg en hebben de mensen alle ruimte.

Op weg naar La Rochelle. Het mooie weer lijkt over, we vertrekken nog met een zonnetje maar we zitten onder de invloed van een lage druk gebied met  regen en windstoten. Later moeten de zeilpakken weer aan en met een rif in het zeil gaat het prima.

Het was nog even onduidelijk of we wel in La Rochelle zouden kunnen afmeren. Vorig jaar op 27 februari 2010 bereikte een zeer krachtige storm vanuit Spanje het zuidwesten van Frankrijk met een minimumdruk van 967 mb. De storm met de naam Xynthia raasde door naar het midden van Europa en richtte grote schade aan en eiste zeker 54 doden, waarvan 47 in Frankrijk. De meesten kwamen om door verdrinking nadat de zee het land inspoelde. In La Rochelle steeg het water meer dan 1.50 meter. Daardoor kwamen de stijgers boven de meerpalen uit en werd het een grote ravage. Tijdens het hoogseizoen vorig jaar konden er noch geen jachten terecht in de grote haven. Nu is de hele haven hersteld en zien we dat er 3 meter op de meerpalen is gelast. Hopelijk is dit voldoende. Sinds 2010 zijn er alweer een paar stormen voorbij gekomen.

We kiezen ervoor om de kortste weg te  gaan en dat is onder de brug door die Île de Ré met het vaste land verbindt, de brug zelf hoeft niet open. Toch vreemd om weer eens onder een brug door te varen. We kiezen op aanraden voor de eerste haven, Port des Minimes Marina. De havens in de stad zijn meestal vol en het is er niet zo veilig.

Hier liggen we helemaal prima met heel veel watersport winkels waar Martin lekker kan snuffelen. We zoeken versteviging voor de Bimini, deze staat nu op de kuiprand en staat niet stevig we willen hem op het dek bevestigen maar hebben dan andere beugels voor nodig.   Morgen gaan we met de ferry naar de stad, het is niet ver maar wel makkelijk.

 

Er worden podiums gebouwd                            voor een groot festival volgende week,                als wij weer weg zijn.

Zoveel verschillende arcades hebben we nog nooit in één stad gezien. Elke keer weer komen we een andere tegen de een nog mooier dan de andere.

Een arcade is afgeleid uit het Frans en betekent een bogengalerij – een reeks van achtereenvolgende bogen die rusten op kolommen. Een arcade van kleine bogen wordt een arcatuur genoemd en wordt vaak gebruikt als versieringsmotief. Een Nederlands woord voor ‘arcade’ is een gaanderij.

Sinds mijn kinderjaren heb ik het niet meer gezien, een scharenslijper. Vroeger kwam hij regelmatig door de straat lopen met zijn kar en een bel. Maar toen kregen we kartel messen en was het slijpen over.

Een prachtige gelegenheid voor de lunch nu we afscheid nemen van Frankrijk. Dit mogen we dan toch wel doen op een Franse manier.

We kijken onze ogen uit. Wat een prachtige stad, zelfs Martin, die niet van oude stenen houd, verveeld zich geen moment. De oude stad is niet groot dus steeds zie je weer nieuwe interessante plekjes. Alleen de toeristische markt spreekt me niet aan.

Een gigantisch grote markt vinden we aan de andere kant van de oude stad, zowel binnen als buiten en wat een gezellige drukte. Op een terrasje naast de markthal laten we de drukte over ons heen komen en genieten we volop met een biertje. We kopen lekkere Franse voorraden voor de komende dagen zoals kaas, fruit en groenten en natuurlijk een heerlijke gegrilde kip van een grote gril wagen, er is geen lekkerdere kip dan deze in Frankrijk.

Midden in de stad staat tussen de huizen een vuurtoren, een raar gezicht maar vanaf het water klopt het wel. Geleide lichten in een lijn.

We zijn aan de andere kant van de stads poorten terecht gekomen en lopen om het binnenwater en over bruggen terug naar de andere kant waar onze verkennings tocht begon.

We nemen de ferry weer terug naar de haven. Het was een ontzettende mooie dag we hebben allebei genoten, deze keer een stad bezocht en nu eens een keer niet gewinkeld en dat is wel heel bijzonder voor mij want ik ben dol op winkelen. Hier wil ik nog wel een keer terug komen een dag is echt te kort.

We maken schoonschip en brengen alles in orde om een langere tocht te maken naar Spanje. We weten niet waar de wind ons gaat brengen. Als de wind tegen draait dan zoeken we een haven op.                                                                                                                                                        Op 10 Juli om 10.45 uur vertrekken we uit La Rochelle. Het weer is bewolkt maar de voorspellingen zijn goed.                                            Eenmaal buiten trekt de bewolking weg en komt de zon. We nemen afscheid van de laatste Franse vuurtoren. Op naar Spanje!

We hebben weer geluk een wedstrijd veld zeilt ons tegemoet en kruist onze koers maar we geven ze alle ruimte zodat ze geen last van ons hebben.

Waar in Spanje zullen we uitkomen. we hopen op een ruimende wind.