Naar Ria de Camariñas en via Cabo Finistère naar Ria de Muros

 

Het is een mooie zeiltocht met zowel een rustige zee als een aangename wind uit noordelijke richting. Het wordt helemaal mooi als we tot drie maal toe dolfijnen langs de boot krijgen.

 

De eerste zwemmen op tegen koers en komen niet naar ons toe. Maar de volgende willen toch even spelen en duiken van links vaar rechts en onder de kiel door. Wat een belevenis is dit altijd toch weer. Onvoorstelbaar wat deze dieren met je kunnen doen.

Bij het ronden van Cabo Vilán varen we de baai van Ria de Camariñas in.

 

Nog even de hoek om en we varen de Ria de Camariñas in, een heel lief plaatsje met een no nonsens haven, een gezellige havenmeester en zijn vrouw die niet moeilijk doet over papieren en alleen Spaans spreken. In het club huis is s’ avonds feest, waar we ons als buitenstaanders toch welkom voelde. Het wordt een gezellige avond met bier wijn en tapas.

Ook de volgende dag gaat het feest verder. Veel herrie van kanon schoten en scheeps hoorns met een parade van versierde schepen.

We maken de volgende morgen nog een wandeling door het dorp om brood te halen. Camariñas is een gezellige vissershaven en badplaats met een mooi strand. Het staat bekend om zijn kantklossen die te koop zijn in een aantal winkeltjes. Als je hier op een zonnige dag bent, zie je de kant Klosters voor hun huizen aan het werk.

Wij vertrekken en varen langs Finisterre naar Muros.

Wij vertrekken en varen voor mijn gevoel nu echt naar het zuiden, langs Finisterre. Cabo de Fisterra de naam van de kaap betekent ‘einde van de wereld’ waarvan men lange tijd dacht dat hier de wereld ophield. Cabo de Fisterra is een rotsige kaap en het meest westelijke punt van Spanje. In de ondergelegen baai is een strand en camping.  Het weer is wisselend bewolkt maar ook met grote velden blauwe lucht.              De wolken trekken naar de hogere gedeelte van de rotsen dus we vragen ons af of we straks niet in de mist zitten.

En weer hebben we dolfijnen om de boot heen zwemmen. We komen ogen te kort, ze schieten van stuurboord naar bakboord onder de kiel door. Ik maak tientallen foto’s en dan zijn er maar enkele goed. Het heeft ruim een half uur geduurd tot ze er genoeg van hadden en de rust weer terugkeerde.

De kust tussen Cabo San Adrían bij Muxia en de Punta do Louro bij Muros is een zeer ruige hoge kust, de Costa da Morte, de kust des doods. Hij kreeg zijn naam vanwege de talloze schipbreuken die hier op de Atlantische Kust plaatsvonden met al zijn razende stormen.  Het landschap heeft een ruige schoonheid en is nog onaangetast. Cabo de Fist het einde van de wereld.                                                                            In de tijd van de Romeinen marcheerden zij naar Finisterre om daar de zon in de onderwereld te zien wegzakken. In de Middeleeuwen geloofde men dat de wereld hier ophield totdat Columbus in de 15e eeuw de nieuwe wereld ontdekte.                                                               Voor sommige pelgrims is Santiago de Compostella niet de eind van de tocht maar deze kaap het échte eindpunt van hun tocht en hangen hun schoenen hier aan een gedenkpaal.

 

 

Daar is ze dan Cabo Finisterre de kaap der kapen, waar iedereen toch een beetje beducht voor is. De stormen en mist zijn hier berucht maar als wij er zijn is er geen wolk meer rond de rots. Wij zeilen met een heerlijk windje en zonder mist of storm langs de vuurtoren van Finisterre.

Las Rías Baixas, het tropische Galicië.

Wij gaan rustig verder over een kalme zee en met de stroom mee.  We gaan niet de Ría de Corcubión in maar steken die over naar het volgende deel van de Costa da Morte. We moeten dan Punta do Louro ronden, en de Ría de Muros e Noia inzeilen.

Een Ría is een zee-inham. De Rías in Galicië zijn lange inhammen van zee in het land. Mede door de vele Rías heeft Galicië zo’n enorme kustlijn van meer dan 2000 kilometer. De Rías Baixas is een verzamelnaam voor de vier zuidelijkste Ria’s van Galicië, oftewel de meest laaggelegen Ria’s. Laag betekend in het Galicisch Baixo of Baixa. Omdat Ría een vrouwelijk woord is zegt men Baixas. Bij mannelijke woorden gebruikt men een o. De Las Rías Baixas kenmerken zich in hun uitgestrektheid. De Ría’s gaan dieper het land in dan bij de noordelijker gelegen Ría’s en de zee is er rustiger. De zee in de Rías Baixas is rustiger door verschillende eilanden die als een soort poortwachters voor de Ría’s liggen en de wilde oceaan afremmen.                                                                                                                                                                                      Ría de Muros e Noia strekt zich uit van het plaatsje Muros aan de kant van de oceaan, tot het middeleeuwse plaatsje Noia meer landinwaarts. De Ria de Muros e Noia is de enige van de Las Rías Baixas zonder eilanden in de monding. Het is tevens de enige ría die de naam van twee plaatsen draagt, in plaats van één grote kenmerkende plaats.

De Ría’s aan de westkant van Galicië heten gezamenlijk Las Rías Baixas, het tropische Galicië, is een kuststreek in het zuiden van Galicië. De meeste mensen zullen bij de naam Rías Baixas waarschijnlijk niet direct aan een kuststreek denken, maar aan witte wijn. Het is dan ook de wijnregio die is vernoemd naar de streek waarin zij ligt en waar we het hier over hebben.                                                                                          Uit Rías Baixas komen vooral droge witte wijnen en dan vooral van de Albariño druif. Er worden zo’n 12 druivenrassen in de regio verbouwd. Maar liefst 90% van de aanplant in het gebied is de Albariño druif. Het is veruit de belangrijkste druif voor Rías Baixas. Het gebied grenst aan de Atlantische Oceaan, aan de grens met Portugal en de Ria Vigo en de grens van de Ria Pontevedra. Deze kuststreek is opvallend groen en hier treft je vele glooiende heuvels. Er heerst een vochtig klimaat met mist, veel neerslag en milde temperaturen. De wijngaarden in dit gebied beslaan zo’n 2.200 hectare.

In de luwte van de kaap is de wind verdwenen en de laatste uurtjes motoren we naar Muros.

We komen aan in een bijna verlaten haven, we leggen de boot in een  van de vele lege boxen en gaan op zoek naar de havenmeester maar deze kunnen niet vinden. Het ziet er naar uit dat de jacht haven opnieuw  wordt aangelegd. Ze zijn nog volop bezig met de steigers en er is nog geen elektriciteit en water en er liggen ook weinig schepen. Dan maar naar de markt die nu op de kade wordt gehouden, vers fruit is altijd welkom.

Van de markt lopen we door over de Boulevard langs de mooie baai waar je ook prima voor anker kan liggen met een strandje aan de kant. Maar omdat wij het prettig vinden om van de boot direct de kant op te gaan liggen we nog graag in een haven als die er is en hier ook nog gratis, maar dat is puur geluk.

 

We lopen via smalle straatjes naar een pleintje en vragen waar de overdekte markthal is en die is vinden we vlakbij, de rest van de boodschappen is snel gedaan. Verder wandelend komen we ook allerhande andere winkeltjes en een lekkere bakker tegen. Het is een mooi en gezellig plaatsje. Er zijn verschillende bars en restaurantjes. Voor vanavond hebben we deze uitgekozen.

 

De volgende morgen werk ik eerst aan de website want de thuisblijvers willen toch ook op de hoogte blijven. Ik bewerk de foto’s en zorg er vooral voor dat de horizon niet scheef staat, want daar stoor ik me altijd aan, en schrijf de tekst uit. Als dat klaar is stuur ik alles naar onze vriend Chris die alles op de site zet. Dit doen we zo omdat toen we op de Shetland Islands waren ik het vaak niet verzonden kreeg omdat het internet daar regelmatig uitviel en dan kon ik helemaal opnieuw beginnen.

Het dorpje Muros is gesticht in de middeleeuwen en heeft sindsdien nog niet al te veel veranderingen ondergaan. Een wandeling door het dorp neemt je mee op een reis door de tijd. Het is een stil dorp dat maar door weinig toeristen wordt aangedaan. De weinige toeristen die in het dorp komen, verblijven vaak in de jachthaven van het dorp.                                                                                                                                  Muros wordt gezien als een van de mooiste haventjes aan de Costa de Morte. De dorpen Noia en Porto de Son, vormen samen met Muros de belangrijkste plaatsen aan de Ria de Muros e Noia.                                                                                                                                                         Meest opvallend zijn  de portieken van de vissers woningen die vroeger voor de visvangst werden gebruikt. In deze portieken werden de vissen gezouten en te drogen gelegd en maakten de vissers hun netten. Leuk is om te zien dat er een groot verschil zit tussen het hoger gelegen historische deel van het dorpje en het lager gelegen deel dat door de vissers werd gebruikt.

De tweede avond eten we weer buiten de deur maar in een ander restaurant, beter gezegd buiten op het terras met uitzicht op het plein. We treffen het nog steeds met het weer, veel zon en weinig mist. Wij houden allebei van de Spaanse keuken en minder van de Portugese.            We hebben genoten van dit prachtige plaatsje, de gebouwen maar ook van de vriendelijke mensen.

 

 

Na 2 gratis nachten vertrekken we naar Portosin verder de Ria in en aan de andere kant van de Ria. Het blijkt een grote, ongezellige en dure jachthaven te zijn.

We krijgen een mailtje van Peter en Anita van de boot “Friends” waarmee we samen uit Nederland vertrokken en hebben hen daarna niet meer gezien. Toen wij naar A Coruña zeilden gingen zij daar net weg. We zijn nu bij elkaar in de buurt en we spreken af om morgen naar Isla Ons te gaan.